Column

Maandelijks zal onze vaste columnist A. v.d. Meer een artikel plaatsen. Vanzelfsprekend kunt u reageren op die columns. Graag zelfs. Vermeld bij uw reactie wel even op welke column u reageert.

 

Column 7

 

De Sinterklaasactie.

 

In het jaar dat Artsen zonder Grenzen wordt opgericht en de boeren in Tubbergen in actie komen tegen de ruilverkaveling staat Nieuw Vennep een groeispurt te wachten.

 

Het was halverwege november toen Sinterklaas Nieuw Vennep aandeed. Compleet

met paard en rijtuig kwam hij uit het niets, om zich voor de RK Kerk in de Antonius-straat te laten toejuichen door vaders en moeders, maar vooral door de Vennepse kinderen.

 

De Sint werd toegesproken en hartelijk welkom geheten. In zijn dankwoord maakte hij

ons er op attent dat de schoenen weer bij de kachel gezet konden worden, maar,… het

paard mocht niet vergeten worden. En volgens mij had ik dat paard weleens vaker gezien op manege Xantus, aan de overkant van de tocht langs de Kopsstraat. Ik kwam daar regelmatig op vrijdagmiddag om mijn broertje te zien paardrijden. Tenminste dat was het excuus. Veel meer aandacht had ik voor één van de paardenmeisjes die daar druk waren met op- en afzadelen, kammen en borstelen van de paarden.

 

Spannend was het ook altijd als de deuren open stonden van de ruimte in de Kopsstraat waar de BVD donkergroene leger vrachtwagens had staan die ons moesten beschermen tegen de Russen. Maar we dwalen af,…           

 

Begin jaren ‘70.

Onze trouwe zwart-wit televisie had last van sneeuw en moest vervangen worden en tijdens het bezoek van de Sint aan Nieuw Vennep was dit een uitstekend moment. De middenstand had de koppen bij elkaar gestoken en bedachten een actie. Bij besteding van twee gulden vijftig kreeg je een lootje en met dit lootje kon je prachtige prijzen winnen. Deze stonden uitgestald in de etalage van Offringa aan de Venneperweg. Echt mooie prijzen, voor die tijd. Zo gingen vader en moeder in Nieuw Vennep op zoek naar een kleuren TV.

 

Enige opwinding ontstond in huize van der Meer toen inderdaad tot aanschaf werd over gegaan. Over enkele dagen zou de nieuwe aanwinst gebracht worden. Het tafeltje waar het oude zwart-wit beestje op stond vond een nieuwe bestemming en de oude beestje verdween naar zolder waar het jaren lang onder een deken oud stond te worden.

 

Twee mannen stonden met een enorme doos voor de deur. Daar moest het in zitten, de spanning nam toe. Helemaal nieuw en dat kon je ruiken. Er werd een chromen

voet onder geschroefd, de kanalen werden gezocht (twee) en  die avond kon je zien dat Mies Bouwman een bruin met oranje jurk aan had.  En als slagroom op de taart kregen we twee rollen zo groot als 45 toeren platen met lootjes van de Sinterklaas actie, Twee rollen! Hier moest de hoofdprijs wel bij zitten.

 

De “Van Nieuw Vennep voor Nieuw Vennep” lag dagen later op de voordeurmat met de uitslag. We rekenden ons al rijk. En jawel hoor op het lootje wat moeders gekregen had bij de bakker was een prijs gevallen. Het bleek een weegschaal te zijn, een weegschaal!

De teleurstelling was groot in huize Van der Meer. Geen hoofdprijs, geen kleuren TV!

 

A. van der Meer

 

Column 6

De middenstand van Nieuw Vennep

 

Als Top Pop voor het eerst op de Nederlandse televisie komt en Joop Zoetemelk  weer tweede wordt in de Tour de France is Nieuw Vennep begonnen aan een groeispurt.

Toen helemaal in het begin, wij waren nog pioniers in een uithoek van Nieuw Vennep, kwam de plaatselijke middenstand nog aan de deur.

 

De “Broodtrommel” van Manus was de mooiste. Zijn Ford Transit, professioneel omgebouwd tot een rijdende bakker, in twee kleuren, gebroken wit en een vale kleur groen. Eenmaal in de straat, klom hij achter zijn stuur vandaan en langs het trottoir blies hij, met één hand in de zij,  op zijn gedeukte koperen toeter. Deze serenade opende vele deuren en er ontstond een oploopje bij de ingang van de Broodtrommel.  In de vakanties stond ik daar met de portemonnee van mijn moeder, tussen de buurvrouwen, met altijd het zelfde recept. Een halfje knipwit en een halfje bruin. Eenmaal aan de beurt stapte je de wagen in en rook je het verse brood als bij de bakker in het dorp. Ik zorgde altijd dat ik als laatste werd geholpen, dan stond ik nog wat te treuzelen en hoopte dat Manus naar zijn volgende stop zou rijden en ik in de deuropening met mijn haren in de wind een stukje mee kon rijden, dat was spannend.

 

Een andere middenstander die trouw aan de deur kwam was kruidenier Touw, hij had

zijn winkel op de hoek van de IJweg en Venneperweg. Compleet met blauwe stofjas en sigaretje stond hij trouw aan het begin van het weekend voor de deur met de bestelde boodschappen, in tegenstelling tot Manus had meneer Touw geen aangepaste Ford Transit maar een gewone bestelauto. Heel veel later zag ik onze oude trouwe kruidenier nog wel eens door Nieuw Vennep rondrijden, met een deken over zijn benen, in zijn wagentje, de tijd heeft toegeslagen en is veranderd.

 

Als je dacht dat dit alle vertegenwoordigers van de middenstand waren moet ik je teleur

stellen. Ook de stomerij kwam langs en natuurlijk de gebroeders Alders met hun melkwagen. Nou ja melk, het leek meer op een kruidenier aan huis. Zij hadden alles.

Ik vond het altijd erg leuk en stiekem mijn moeder ook wel. Niet op de fiets naar het

dorp, door de regen.  En o ja, Cuvelier, de slager. Ook hij belde keurig op als het einde van de week naderde en voor het zaterdagmiddag werd stonden de boodschappen op het aanrecht, zo uit de rieten mand.

 

Ik kan mij nog goed herinneren dat mijn allerliefste oma overkwam uit het oosten van het land. Met trein en bus, een wereldreis voor een vrouw op leeftijd. En die door de verandering van de lucht (Ahum) ziek werd, en behoorlijk ook. Hoge koorts, benauwd en hoesten. Ook dokter van Gendt, de huisarts,  kwam gewoon langs, onderzocht mijn oma, gaf haar een heel vies drankje en zei dat ze goed moest rusten, dat zou het allemaal wel goed komen, en dat kwam het ook.  Het enige verschil met de plaatselijke middenstand was dat zij belden en de dokter moest je bellen. Maar ach, hij kwam wel.

 

A van der Meer

 

 

Column 5
Bloembollen in de Haarlemmermeer
ca. 1972


Zonder dat iemand het wist is in de zomer 1972 een schandaal geboren, een simpel telefoontje over een inbraak kost president Nixon zijn baan. Nieuw Vennep is aan het groeien en ik groei mee. Het is tijd voor mijn eerste baantje. Het vooruitzicht dat ik zes weken lang  op en rond het huis mij zou vervelen was voor mijn moeder voldoende reden om eens voorzichtig te pijlen of ik het niet leuk vond om twee weekjes van de vakantie te gaan werken. Tsja, dat was wel iets heel wat anders dan hutten bouwen,

strooptochten door de ontluikende nieuwbouw en met karren racen om ons huizenblok.

 

Maar ja wat moest ik gaan doen, volgens mij lag ook in die tijd het werk niet voor het oprapen maar mijn moeder zal wel wat in de krant gelezen hebben of in het dorp mensen gesproken hebben die wel wat wisten. In Abbenes, 5 kilometer verderop,

heeft een ‘bollenboer’ mensen nodig die bollen wilden rapen. En ik was juist zo trots dat ik wist dat bollen in geestgronden groeiden. Bollen uit de Haarlemmermeerse klei halen stond niet in mijn schoolboekje.

 

Dat er daadwerkelijk pogingen zijn gedaan om bollen uit de klei te laten groeien daar kwam ik al snel achter.  Een zomerse maandagmorgenvroeg, mijn ongerustheid dat ik mij zou verslapen was onterecht. Ruim op tijd was ik wakker. De avond daarvoor hadden we afgesproken dat ik toch wel om 07:00 op de fiets moest zitten om rond 7:30 uur op mijn ‘werk’ te zijn. En zogebeurde het dat ik tijdens mijn vakantie om 06:30 uur op moest staan. Ook toen al, vond ik dat schrijnend vroeg. Maar goed, ik zat op de fiets op weg naar Abbenes. Achterop, mijn pukkel met een blikje fris en dubbelgevouwen boterhammen met leverworst van slagerij Cuvelier en pindakaas.

 

Het veld waar de bollen in de grond zaten verstopt was net over de A44 aan de rechterkant van de Dr. Heijelaan. Er stond al een groepje ‘rapers’ klaar, een tractor

en de bestuurder. Of ik had een ochtendhumeur of mijn ‘collega’s’ waren met het

verkeerde been uit bed gestapt, een ding stond als een paal boven water, de sfeer was niet uitbundig. Niemand stond te popelen om met de knieën in de klei te duiken.

 

De bestuurder van de tractor, schreef mijn naam op een papiertje met geboortedatum en wees mij aan waar ik op mijn knieën moest. Mijn ‘collega’s’ ondergingen het zelfde lot. In no time zat iedereen op zijn plek met rieten mand waar die bollen in moesten. “Zonder al die klei” snauwde de tractorman. Een hondenbaan, ik heb mijzelf toen beloofd nooit meer een bol te kopen. Als ik later een eigen tuin zou hebben, zou die tuin het moeten doen zonder bollen. Geen bollen in mijn tuin, Nooit!

 

Uiteindelijk heb ik ongeveer 30 gulden verdiend, ik weet niet meer hoelang ik op mijn knieën door de vette vochtige klei gekropen heb. Dat heb ik verdrongen. Het geld zat in een zakje  van pergamijn waar mijn naam (verkeerd gespeld), geboortedatum en het bedrag van f 28,67 op stond.

 

Van het geld heb ik bij Modehuis van Groenigen mijn eerste Lee spijkerbroek gekocht.

Toevallig heb ik laatst weer een Lee spijkerbroek gekocht, ook donker blauw. Is er dan zo weinig veranderd in 40 jaar.

 

A. van der Meer


Column 4

De boerenknecht

Ergens in 1971.

Terwijl Manuela van Jacques Herb drie weken op 1 stond in de Top 40 kreeg ik van mijn vader de nieuwe single van Janis Joplin “Me and Bobby McGee”. En... Nieuw- Vennep groeit groter, net als ik.

Een van mijn klasgenoten woonde in die tijd aan de Rijnlanderweg, bij ‘t Kabel rechtsaf en vroeg mij om eens bij hem te komen spelen op de boerderij. Nou dat leek mij wel wat. Zo gebeurde het dat ik op een woensdagmiddag op mijn groene Empo-fiets naar mijn schoolvriendje fietste. Als import Venneper en jong mannetje wist ik niets over het boerenleven in de polder. Wij woonden in een pas verrezen nieuwbouwwijk met sinds kort aansluiting op het gasnet en centrale verwarming.

Hij kwam mij al zwaaiend tegemoet, in z’n blauwe overall. ‘Laten we eerst wat gaan drinken riep hij en fietste voor mij uit. Aan de linkerkant van de weg stond inderdaad een hele grote boerderij. “Hier moet het dan zijn” dacht ik. Ik stopte met trappen en wilde remmen, maar mijn vriendje reed in volle vaart verder’en riep:”Nog een klein stukje” en wees naar een rijtje huizen een stukje verderop.

Heel stoer remde hij zo hard dat zijn achterwiel blokkeerde en weg gleed. Al slippend reed hij het grindpad op naast een rijtje kleine huisjes, zonder voordeur.

Daar woonden hij, samen met zijn vader, moeder en zusje. Z’n vader zat een sjekkie te roken aan de kleine keukentafel, hij had ook zo’n overall aan, maar deze was veel vaker gewassen, dacht ik, omdat die veel lichter blauw was.
Om zijn middel had een brede zwarte leren riem en op zijn hoofd een alpinopet. Zijn moeder had een schort aan en maakte Ranja voor mijn vriendje, zijn zusje en voor mij. Van rustig opdrinken was natuurlijk geen sprake. Al gauw renden wij met z’n drieën door het land naar de boerderij.

De tegenstelling was groot, ook toen al. Van een klein huisje naar een immens grote schuur. Ergens bovenin, ver weg in de nok scheen een stoffig zonnetje de schuur binnen. Overrompelend was het.
Via de hooibalen klommen we naar boven, maar het raam in de nok hebben we nooit gehaald. Op een zeer beslissende toon werd van beneden geroepen dat we als de gesmeerde bliksem naar beneden moeten komen, of wij ons verstand hadden verloren vroeg een grote man met een Manchester zwarte broek en jas aan. We moesten maken dat we weg kwamen en glipten langs de vader van mijn vriendje die in de deuropening stond met z’n alpinopet in zijn handen, nu zag ik pas dat hij een hele kromme rug had en zich bedremmeld verontschuldigde voor zijn kinderen terwijl hij naar de grond keek. Iedereen was onder de indruk, we zeiden niet veel meer en ik ben maar naar huis gegaan met een raar gevoel in mijn buik.

Later ben ik nog eens terug gegaan naar die familie. Gelukkig waren zij verhuisd en woonden in een nieuwbouwwijk aan de rand van het dorp. Ik herkende het tafelkleed op de kleine keukentafel, zo’n plastic kleed met afbeeldingen van Oudhollandse wandtegeltjes, ooit Delfts blauw, versleten in de loop van de jaren. Net als de vader. Geen overall, geen zwarte, leren riem, geen alpinopet maar een ziekenhuisbed, voor het raam zodat hij nog naar buiten kon kijken. Een boerenknecht nog helemaal niet zo oud en wie zegt ook alweer dat je van hard werken niet dood gaat.


A. van der Meer


Column 3

De Oude Molen.

 

November 1971.

De laatste afvaart uit Rotterdam van passagiersschip “De Nieuw-Amsterdam” van de Holland Amerika Lijn is een feit. Ook dat Ajax de basis legt voor een nieuw kampioenschap tijdens het seizoen 1971-1972. Niet minder belangrijk:’Nieuw Vennep groeit ook’.

En ook ik groeide, mijn wereld werd groter. De middelbare school werd dagelijks bezocht en het vrije leventje leek voorbij, huiswerk was de grootste oorzaak. Met een boekentas achterop de fiets die er voor zorgde dat je voorwiel amper de weg raakte reed je op en neer van huis naar school. Iedere dag via het spoorbruggetje over de Hoofdvaart. Langs de ruïne van een oude molen. De molen was verlaten en begroeid met stuiken die het pad overwoekerden. De molen had een enorme aantrekkingskracht, hoe zou het er van binnen uitzien, kon die grote groene deur open? Misschien woonden er wel zwervers, weet jij veel. Kortom we fantaseerden en op los. Het moest er dus eens van komen dat we de molen van dichtbij gingen bekijken. Op een dag was het zover, spannend. Onze fietsen hadden we in de buurt geparkeerd zodat we daar direct op konden springen als er onraad zou zijn. Ik kan mij herinneren dat er naast de grote groene deuren en gat in de muur zat waardoor je naar binnen kon kruipen. Eenmaal binnen was het redelijk donker, maar voldoende licht om verder de molen binnen te gaan. Ook weet ik nog dat er niet een echte een vloer was, het leek wel gewone

Meerse klei. Er lagen pallets en planken waarover je kon lopen naar een trap in de hoek. Durven wij naar boven of,… uiteindelijk wel. Met een steen in de maag en een brok in de keel kropen we via de steile trap naar boven. Ik denk dat het dak niet lekte, althans niet op de plek waar wij door het kapotte raampje naar buiten konden kijken. Het was er droog, rook muf en er lag wat gereedschap in een hoek, een hamer, een zaag, enkele verroeste spijkers en dat was het wel. Geen zwervers, geen tijdschriften of oude kranten. Helemaal niets bijzonders.

 85

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat het bezoekje wel degelijk bijzonder was blijkt pas heel veel later. Ergens begin jaren tachtig bracht ik voor de tweede keer een bezoekje aan de Oude Molen. Nu moest ik eerst reserveren. Via een even steile trap als toen kwamen we weer boven en ik keek uit het zelfde raampje als toen met het zelfde gevoel in mijn maag en een brok in mijn keel als tien jaar geleden. Het gevoel was het zelfde alleen de reden was anders, ik was voor het eerst uit eten met een vriendinnetje waar ik behoorlijk van onder de indruk was.


Column 2
Vakantie

Het zal in de vroege zomer van 1971 zijn geweest. Ajax wint de Europacup 1 en Gijs van Lennep wint de 24-uur van Le Mans en Nieuw Vennep was nog net een dorp.
Helemaal in het begin, toen ik net in Nieuw Vennep woonde, kon ik vanuit mijn slaapkamerraam heel in de verte een helder groen licht zien branden. Leimuiderdijk 333, bleek heel veel later. Het zicht op dit licht werd mij al snel ontnomen toen de bouw van de Westerkim vorderde. Maar dit was nog niet alles.
Linquenda, de nieuwe woonwijk kreeg langzaam vorm. Het was een komen en gaan van zandwagens die de grenzen van het dorp aan het verleggen waren. Voor mijn vriendjes en mij werd de wereld steeds groter. Avontuurlijke tochten door dit net ontgonnen gebied. De gebarsten klei met hier en daar nog een paar scheuten graan, die de herkomst van deze grond weergaven. Hier en daar stonden paaltjes met een in oranje geverfde koppen die de toekomst aangaven. Als je op een heuvel van klei ging staan keek je van paaltje naar paaltje.
Het leek wel een weg, een weg van paaltjes en zand. De contouren van een dorp in een groeispurt. Eerst de Westerkim, het startsein van de groei, waar we op zaterdagochtend stiekem onder het hek door kropen om via talloze trappen helemaal naar boven te klimmen en dan een magistraal uitzicht hadden over het dorp. Je zag het veld van VV Nieuw-Vennep, de Geformeerde kerk en in de verte de Witte kerk. Je kon er helemaal in opgaan, hoewel het zaak was alert te blijven. Piet Pruim, de bewaker, kon zomaar opduiken op zijn blauwe Zündapp met leren zijtassen en dan was je nog niet jarig.
De vooruitgang kreeg vorm, ook op die doordeweekse dag aan het begin van de grote vakantie. Geen gewone dag. De avond ervoor hingen een nieuwe broek en een nieuw overhemd al over de stoel in mijn slaapkamer. De grote dag was aangebroken, op vakantie met het vliegtuig! Om te tijd te doden maakten wij een wandeling. Dit keer niet dwars door de velden maar keurig over de stoep, met nieuwe schoenen.
Je kon de lucht van teer en asfalt al ruiken. Het zand en de paaltjes zijn bedolven onder deze zwarte laag van wel twee kilometer lang. Smetteloos zwart, het leek wel een startbaan, dit was het echte begin van de vakantie.

 

Column  1
Belinda
Het zal de zomer van 1968 zijn geweest. Ajax was weer landskampioen, Jan Janssen wint de Tour de France en Nieuw Vennep was nog een dorp.
Om bij ons ouderlijk huis te komen reed je via de Sportveldweg naar het verste punt van het dorp, de Dorsersstraat. Je moest langs een oude spoorwagon waar Piet Pruim en zijn ezel woonden, heel wat anders dan Amsterdam Osdorp.
Voor een ventje van 10 was er veel te ontdekken in een nieuwe woonomgeving, en dat gebeurde ook. Samen met wat vriendje hadden we een plan. We waren nieuwsgierig naar een oude school aan de Rijnlanderweg even voorbij ’t Kabel.
De tocht voerde ons dwars door het veld naar de Flinstonehuisjes vlakbij het grote huis van de familie Visser, door de Eugenie Previnaireweg, linksaf de Venneperstraat in en dan weer direct naar rechts langs de A&O winkel van Tatis tegenover de garage van Hartgerink en Klomp. We konden over de nieuwe brug tegenover Kruidenier Boot. We waren aan de andere kant van de Hoofdvaart, langs Boekhandel Bokhorst en passeerden de Prinses Ireneschool. Dit was nog bekend terrein, onze school had geen gymzaal, dus gymden wij hier. De penetrante geur van zweet is mijn lang bijgebleven. De tocht werd steeds spannender.
Volgens mij was de ventweg naast de Venneperweg waaraan ’t Kabel lag nog niet
eens verhard, het was een pad waar langs huizen stonden, sommige met een bordje erop geschroefd, “onbewoonbaar verklaard”.
We waren er bijna, nog één hoek om, daar stond de school compleet met de woning van de hoofdmeester, De ramen waren dichtgetimmerd. Het schoolplein voor altijd zonder spelende kinderen. We konden niet naar binnen en keken wat rond.
Ze lachte vriendelijk en rookte een sigaretje, Belinda. Een affiche geplakt over de
met planken dicht getimmerde ramen. Ik zal haar nooit meer vergeten.
[[wysiwyg_imageupload::]]
A. van der Meer.