|
|
|
|
BEZOEK VAN RUSSISCHE GROOTVORSTEN AAN DE Cruquius
In de bibliotheek van Haarlem las ik in de Opregte Haarlemsche Courant van 18 juni 1852, het jaar van de drooglegging van de Haarlemmermeer, dat de Russische grootvorsten Nicolaus en Michael de werken voor het droogmaken van het Haarlemmermeer, bij de Cruquius, bezocht hadden. Dit bericht maakte mij nieuwsgierig. Wie waren deze vorsten en wat kwamen ze hier doen? Hoe lang bleven ze in Nederland? Bij wie logeerden ze? Hoe zag hun leven gedurende de dagen van het bezoek eruit? Wie vergezelden hen tijdens hun bezoek?
In het Rijksarchief van Noord-Holland in Haarlem heb ik een brief van hoofdingenieur J.A. Beijerinck onder ogen gehad. Het was een verslag aan zijn werkgever, de Commissie tot Beheer en Toezigt over de Droogmaking van het Haarlemmermeer. De tekst was als volgt: 16 juni 1852 Terwijl ik dezen morgen voor het doen eener inspectie, bij den Cruquius aankwam, werd mij een van te voren aangekomen brief ter hand gesteld van den Heer Consulgeneraal van Rusland te Amsterdam gerigt aan den dirigerende Ingenieur dezer droogmaking bevattende eene kennisgeving dat de Russissche Grootvorsten heden tusschen 7 en 8 des avond alhier zouden aankomen ten einde zoo mogelijk het stoomtuig te zien werken met uitnoodiging zooveel doenlijk te willen medewerken dat dit oogmerk kon bereikt worden. De wind zuidelijk zijnde waardoor er gedurende den geheelen dag een geringe aanvoer van water plaats had, was het nog gemakkelijk aan dien wensch te voldoen. Tegen 8 uur arriveerden H.K.H.H. begeleid door den Heer adjudant van Z.M. de Baron van Lijnden, de Russische minister bij ons Hof, de consulgeneraal voornoemd en van het talrijke gevolg in drie rijtuigen. H.K.H.H. bezichtigden met veel belangstelling het stoomtuig dat met al de pompen ruim 6 ½ slag per minuut deed en voortreffelijk werkte, hielden zich eenige oogenblikken in de keet op om ook de teekeningen te zien en gaven bij hun vertrek hunner tevredenheid over dat bezoek en hunne belangstelling in de onderneming te kennen, een gift van f 50,- voor het personeel achterlatende. Daar ik door de kortheid der tijd geen gelegenheid had de Commissie van het voornemen der Grootvorsten te onder rigten hoop ik met dit berigt aan mijnen pligt in deze te hebben voldaan.
Ik heb een aantal kranten uit die tijd gescreend op berichtjes over het bezoek van de Russische grootvorsten. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag beschikt over fotofiches van belangrijke kranten uit de 19e eeuw. Elke krant die ik vond wist wel iets bijzonders te vermelden over het bezoek. Uiteindelijk kon ik alles als puzzelstukjes aan elkaar passen en doemde er een programma. op. In de Meer-Historie van deceember 2002 kunt u dat programma lezen.
Henri Stroet
|