|
|
|
|
Palingrokerij Eveleens (Burgerveen)
De vader van Gerrit Eveleens werd geboren in 1885 in Aalsmeer
en was daar beroepsvisser. Hij had 5 broers, op twee na allen vissers. Wie voor
de visserij niet geschikt was, kon kleermaker worden. In datzelfde jaar werd zoon Gerrit geboren, de huidige
eigenaar. Hij herinnert zich nog dat hij bij zijn grootouders in Aalsmeer op
bezoek ging, die daar op de Helling woonden. Daar liep hij dan vanuit Burgerveen
naar toe. Alles ging vroeger te voet, fietsen waren er niet. Ook naar school
ging hij lopend. Dat was School 7, op de hoek van de Aalsmeerderweg en de
Bennebroekerweg. Het hoofd was meester Van der Oort, die wel nationaalsocialist
was maar geen bezwaar had dat bij de geboorte van prinses Beatrix in 1937
beschuit met muisjes gegeten werd! Eveleens herinnert zich hoe in de hongerwinter drommen mensen aan de wal stonden te bedelen om een maaltje vis. Hij laat een krantenbericht zien uit 1941, waarin de door de overheid vastgestelde verkoopprijzen staan. Verkocht je daarboven, dan was je een zwarthandelaar. Op de foto uit 1950 waarop het drogen van de netten op palen te zien is, staan zijn broers Piet (links) en Jan Eveleens (rechts). Zij verdronken tijdens het vissen toen hun roeiboot volliep. Het gebeurde op 24 december 1951 bij een watertemperatuur van 3ºC. De jongens waren nog maar 24 en 19 jaar. De grote netten op deze foto zijn palingkeernetten. Men gebruikte er vroeger 13 stuks, verspreid over de hele lengte (63 km) van de Ringvaart. Daarmee werd de hele breedte van de Ringvaart afgesloten. De fuiken stonden er haaks op. De bedoeling was dat de paling bij de netten zou omkeren en in de fuiken zou zwemmen. Dit gebeurde 's nachts in de periode van juli tot oktober als de paling naar zee trekt. Je moest erbij blijven, want als er een boot voorbijkwam, moest je de netten op de bodem laten zakken. In 1959 is zoon Gerrit voor zichzelf begonnen in een pand
naast dat van zijn vader. Omdat de visserij terugliep, begon hij ook een
snoekkwekerij. Dat was bedoeld om snoek uit te zetten in de Nederlandse
binnenwateren teneinde de visstand op peil te houden. Dat heeft hij 18 seizoenen
(maart-juli) gedaan. Als bijverdienste ving hij meervallen die hij leverde aan
aquaria en dierentuinen. Tegelijk is hij de rokerij begonnen. E.D. (fragm. MH sept. 2002) |