Haarlemmermeer Holland  

 

 

                       

GETSEWOUD

In 1981 publiceerde de heer Henk Blom in Meer-Historie de resultaten van een gedegen onderzoek naar de ligging van de middeleeuwse weg die van Hillegom over de Vennep (thans: Nieuw-Vennep) via de Ruygenhoek en de Uiterweg naar Aalsmeer liep. Hij noemt ook de vroegste vermelding van de naam ‘Vennep’: in een goederenlijst van de Maartenskerk te Utrecht.

De schrijver van onderstaand artikel  knoopt eveneens aan bij deze goederenlijst uit de 10de eeuw in een diepgravende poging het Getsewoud te lokaliseren.

HET JAAR 960 ?

Een eerste aanzet vond ik niet verwacht in het  jubileumboekje “Kerken in Kudelstaart”.

Daarin stond een landkaartje, met daarin getekend het oude Haarlemmermeer en Leidse Meer, met  ten oosten van Hillegom ingeschreven “Vennapen”, “Getsewald” en “Vennapa”, met bij alle drie de namen het jaartal 960 geschreven.

Dit kaartje komt uit het boek van J.C. Ramaer “De omvang van het Haarlemmermeer” uit 1892, wat  u  hierbij vindt  afgedrukt. Op het origineel van Plaat V-C  heeft Ramaer  in zwarte letterdruk de oudste vermelding van een  plaats, water, bos  weergegeven en in rode letters en lijnen de toenmalige  cartografische situatie in 1892.

Voor ons  artikel is vooral van belang de situering van  Hoofddorp, Venneperdorp, Hillegom  en de  Ringvaart rondom de Haarlemmermeerpolder, om zo de oude, verloren gegane  toponiemen te kunnen plaatsen  in het landschap anno 2003.

De vraag is  of het jaartal 960  op de kaart van Ramaer spoort met de goederenlijst, waar Cor Lücke over spreekt.

 

GETREWAT.

In het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J.van der Aa uit 1843 vond ik in Deel IV, op pag. 482  niets onder het woordje “Getzewald”, maar wel iets onder “Getrewat”.

 Van der Aa (of zijn zegsmannen) noemen dit water  een oude benaming voor “Geestwater”; zij  situeren

het iets ten zuiden van het huidige Lisserbroek, hemelsbreed zo’n vijf kilometer zuidwaarts van  het huidige Getsewoud.

Van der Aa meldt, dat keizer Otto I middels een brief in het jaar 948 het koninklijk recht van visserij verleent aan de kerk van Utrecht, tegelijk met een daarbij behorende scheepsbelasting, “cogsculd” genaamd.

 Nu zijn er twee oorkonden  uit het jaar 948  van de hand van keizer Otto I overgeleverd (nl. op 1 april en op 30 juni van dat jaar), maar in beide oorkonden gaat het om algemene beschrijvingen van                                                                                                                                              

schenkingen aan de kerk van Utrecht, zonder specifieke vermelding van wateren en bossen. “Getrewat” staat er dus ook niet in vermeld. Waar Van der Aa dan op doelt en uit welke bronnen hij put, blijft duister.

 

GETZEWALD IS GEESTWOUD ?

Als “Get” (Getzewald en ook Getrewat) inderdaad een verbasterde of oudere benaming is van het woordje “geest”, dan is hier sprake van respectievelijk een bos en een water, dat indertijd lag in, of aan de rand van zogenaamde geestgronden. Dat is hoge zandgrond tussen duinstrook en lage veen- en poldergronden.

Oegstgeest, Suidgeest, maar ook Gaasterland in Friesland hebben daaraan hun naam te danken. In de goederenlijst van de St. Maartenskerk in Utrecht is naast “Getzewald” ook sprake van “Polgest” (=Poelgeest) en “Osgeresgest” (=Oegstgeest).

Etymologisch is gemakkelijk de verbastering van “Gestewald” naar “Getzewald” te verklaren, zoals dat ook het geval is  bij “Gestwater” naar “Getrewat”. Spreek het maar eens een aantal keren snel achter elkaar uit !

Op Plaat VI, behorend bij zijn boek uit 1892 en hierbij sterk verkleind afgedrukt, brengt Ramaer  “de geaardheid  der gronden” rond en in het Haarlemmermeer in kaart.

Daarop zie je hoe die hoge zandrug precies loopt op de lijn, waarop de dorpen Sassenheim, Lisse, Hillegom, Bennebroek en Heemstede gesticht zijn, met oostwaarts de veen- en poldergronden.

We zullen verderop zien, dat de drie eerstgenoemde dorpen ook vermeld worden in de goederenlijst van de Maartenskerk in Utrecht.

Op Plaat VI van Ramaer zie je, hoe  in 1848 de hoge zandgrond nog tot  1 kilometer oostwaarts van  de dorpskernen liep, met een merkwaardige uitstulping  onder water van ruim vier kilometer oostwaarts ter hoogte van Bennebroek. Dit zand kan daar altijd al gelegen hebben, maar ook is het mogelijk, dat het hier om door het  water opgestuwd zand gaat, dat in de loop der eeuwen  uit- en afgesleten is aan de oostzijde van de meer zuidelijk gelegen zand- en geestgronden.

Ook is te zien op deze Plaat, hoe het ambacht Vennep, wat zich  in vroeger tijden uitstrekte oostwaarts van  Hillegom tot  aan  het eiland Beinsdorp,  lag op veengrond, wat de aanname van Lücke, dat “Vennep” waarschijnlijk “veenwater” betekent, ondersteunt.

J. Lange (fragment; MH, dec. 2003)