Haarlemmermeer Holland  

 

 

                       

 

HET HAARLEMMERMEER IS DROOG

Bijna twee eeuwen zijn er plannen gemaakt om het Haarlemmermeer droog te maken. In 1839 besloot de overheid uiteindelijk tot droogmaking. De wet omtrent eene geldleening voor de kosten der bedijking en droogmaking van het Haarlemmermeer, verscheen in het Staatsblad op 22 maart 1839:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat de bedijking en droogmaking van het Haarlemmermeer noodzakelijk is tot afwending van de gevaren, welke het bestaan van dezen, in uitgebreidheid aanmerkelijk toegenomen, en steeds toenemenden waterplas, reeds hebben veroorzaakt, en gestadig al meer en meer veroorzaken; terwijl de uitvoering van dat werk ook bevorderlijk zal zijn tot uitbreiding van de binnenlandschen handel, de nijverheid en de landbouw; dat het alzoo raadzaam is eerlang tot die bedijking en droogmaking te doen overgaan, en dat eene geldleening, met speciaal verband van de opbrengst der droog te maken landen, en onder waarborg van het Rijk, daartoe het voorname middel kan opleveren. (…)

Op 5 mei 1840 ging de eerste spade in de grond om de ongeveer 60 kilometer lange ringvaart te graven.
Duizenden arbeiders hebben met schop en kruiwagen aan deze immense onderneming gewerkt. Acht jaar later kon de ringdijk gesloten worden. De stoomgemalen De Leeghwater, De Cruquius en De Lijnden konden nu met het droogmalen van het meer beginnen.
In 1852 was het uiteindelijk zover. De Opregte Haarlemsche Courant meldt op 12.juli dat het Haarlemmermeer droog is.

Lieden, die dezer dagen den ringdijk rondom het Haarlemmermeer hebben bewandeld, van den Leeghwater naar de Lijnden en Halfweg, en van daar langs de Cruquius, terug naar het eerstgenoemde pompwerktuig, hebben binnen deze uitgestrekte vlakte geen water meer kunnen bespeuren. Den 10den Julij hebben eenige personen den drooggemaakten grond binnen den polder bezocht. Zij zijn de daartoe gegraven wordende vaart, van de Lijnden naar de hoofdvaart, die den polder in de lengte doorsnijdt, tot op een afstand van anderhalf uur gevolgd, en hebben zich van daar naar Aalsmeer begeven, zonder eenig water te kunnen ontdekken. Alleen aan de zijde van Aalsmeer heeft de nog diepe modder eenige moeilijkheden gebaard. Over het geheel zijn, zoo men verzekert, de gronden midden in het Meer vaster bevonden dan aan de kanten. Men meent

het er thans voor te mogen houden, dat de onderneming, wat betreft het opvoeren van het water uit den droog te maken polder, zoo goed als volbragt is: en dat het alleen nog aankomt op de verkaveling, welker voltooijing veelal zal afhangen van het aantal der arbeiders, die daartoe zullen kunnen worden te werk gesteld.

Henri Stroet (fragm.MH; mei 2002)