|
|
|
|
BINTJEBintje was volgens de mensen in Haarlemmermeer een aardappel die niet was te eten: glad, met weinig smaak. Men at liever de Wet, de Bravo en de Rode Star, die waren meliger. Bintje was glad, wat een slechte kookeigenschap was. Doordat Bintje altijd vroeg afstierf door ‘de phyt’ -een schimmel - verzamelde hij te weinig zetmeel. Maar door de betere bestrijdingsmiddelen tegen de phyt, kon de levensduur verlengd worden. Dat gaf minder ziekten en was gunstiger voor de smaak, en zorgde tevens voor hogere opbrengsten van lange, ovale knollen. Dertig jaar geleden werd Bintje bespoten met kopersulfaat en sodex. Dit was een zeer goed bestrijdingsmiddel, maar het belemmerde de groei: er ontstond een verflaag op het blad, waardoor het zonlicht werd teruggekaatst en het het blad niet bereikte. Hierdoor bleven de opbrengsten en het zetmeelgehalte laag. Met de nieuwe bestrijdingsmiddelen zorgde het zonlicht voor meer licht in het blad en werd de groei beter. Dus kwamen er hogere opbrengsten en een beter meelgehalte. Het voordeel van Bintje is: lange knollen, dus lange frieten, èn een laag suikergehalte voor blanke friet. Friet moet blank zijn. Bruine friet is bitter door de suiker in de aardappel. Ronde knollen zijn beter voor chips, met meer zetmeel.
|