|
|
|
|
Het
succes van de paling
Een groot deel van de Europese wateren maakte vanaf de vroege
Middeleeuwen een belangrijke overgang door. Veel water in Europa, dat voorheen
koud, zuurstofrijk en snelstromend was boven een tamelijk naakte bodem, werd
warm en zuurstofarmer en ging bovendien langzamer stromen, terwijl de bodem meer
met planten bedekt raakte. Het afdammen van waterstromen had echter nog andere gevolgen voor de visstand. Voor een dam neemt de stroming sterk af en er vormt zich een stuwmeer. Het stilstaande water krijgt meer kans op te warmen dan voorheen. Het zuurstofgehalte neemt dus af, bovendien vindt er sedimentvorming plaats en er ontstaat meer gelegenheid voor planten met wortels. Dank zij de meervorming nam ook het totale volume aan nu voedselrijk water toe. Het gevolg van al deze ontwikkelingen was dat de vissen van de brasemzone zoals de karperachtigen het wonnen van de migrerende zuurstofminnende forel- en zalmachtigen. Dit wordt weerspiegeld in de verschuiving in de soortensamenstelling, zowel van de vangst als in het consumptiepatroon van de middeleeuwer. Archeologische gegevens over de visstand in het verleden zijn pas vrij recent ter beschikking gekomen. Sinds een jaar of tien worden namelijk bij opgravingen delen van de grond gezeefd met zeven met zeer fijne mazen en daardoor worden de kleinste graten en skeletdelen van vissen teruggevonden. Het betreft slachtafval, keukenafval en geconsumeerde visresten uit beerputten en afvalhopen, en van onder keukenvloeren. Door die visrestanten nauwkeurig te determineren, te wegen en te tellen, kan worden vastgesteld hoe het consumptiepakket van de middeleeuwer was samengesteld, hoe groot het relatieve aandeel van een bepaalde vissoort daarin was en hoe dit veranderde door de tijd heen. Daarbij treden natuurlijk allerlei aan de plaats gebonden kenmerken op. In elitaire huishoudens, zoals kastelen, werden meer chique vissen, zoals steur, gegeten dan in arme huishoudens. Van belang is ook tot welke viszone het huishouden gemakkelijk toegang had. Naarmate de Middeleeuwen vorderden zijn in het
consumptiepakket van de middeleeuwer steeds meer karpers, karperachtigen e.d. in
het oudheidkundig materiaal te vinden. Een verandering in de consumptie is
representatief voor veranderingen in de plaatselijke vispopulatie. Dus een
toename van karperachtigen in het consumptiepakket betekent een toename van deze
vissen in de Europese wateren. In de Nederlanden moet de paling zijn toegenomen. Bovendien
moet de populatie in de Nederlanden zich behoorlijk hebben uitgebreid doordat de
veenafgravingen leidden tot vergroting van zijn habitat. |